De Nederlandse gokbelasting is twee keer verhoogd in korte tijd, maar de staatskas merkt er nauwelijks iets van. Waar het ministerie van Financiën rekende op tientallen miljoenen extra inkomsten, blijft de werkelijkheid ver achter. En de vraag die spelers zichzelf zouden moeten stellen: wie betaalt uiteindelijk de rekening? 
Belastingverhoging Levert Bijna Niets Op
De kansspelbelasting steeg in januari 2025 van 30,5% naar 34,2%, en ging in januari 2026 verder omhoog naar 37,8%. De overheid rekende op €108 miljoen extra in 2025. Wat er daadwerkelijk extra binnenkwam: €2 miljoen. Voor 2026 is de prognose €216 miljoen, maar huidige schattingen komen niet verder dan €57 miljoen.
De oorzaak is niet één factor. Analisten van H2 Gambling Capital wijzen op een combinatie van nieuwe stortingslimieten, reclamebeperkingen en een terugval na het verhoogde speelgedrag rond het EK 2024. De belastinggrondslag kromp, terwijl het tarief steeg. Resultaat: een groter stuk van een kleinere taart, met nauwelijks meer opbrengst voor de schatkist.
Voor de fysieke sector zijn de signalen nog duidelijker. Bezoekersaantallen bij casino’s en speelhallen daalden met ongeveer 11%. Meerdere aanbieders noemden de belastingverhoging expliciet als reden voor sluitingen en operationele problemen.
Wie Betaalt Dit Uiteindelijk?
Hogere belastingen voor aanbieders betekenen hogere kosten. Die kosten worden zelden alleen door de aanbieder gedragen. In de praktijk vertaalt dit zich naar slechtere bonusvoorwaarden, lagere RTP’s bij bepaalde spellen, of simpelweg minder aanbod. De legale markt wordt duurder om te exploiteren, en dat voelen spelers vroeg of laat in hun portemonnee.
Tegelijkertijd verandert er niets aan de aantrekkingskracht van buitenlandse goksites zonder KSA-licentie. Die betalen geen Nederlandse kansspelbelasting, hoeven zich niet aan stortingslimieten te houden, en bieden vaak ruimere bonussen. Hoe meer de legale markt onder druk staat, hoe groter de verleiding voor spelers om buiten de regulering te stappen. Dat is precies het tegenovergestelde van wat de KSA beoogt.
— Ed Birkin, H2 Gambling Capital
Nederland Niet Alleen: Bredere Lessen voor Regulering
Het Nederlandse experiment staat niet op zichzelf. In Ierland trad op 1 juli 2026 een nieuw vergunningstelstel in werking. Opvallend: 89% van de online weddenschappen wordt al via gelicenseerde aanbieders afgehandeld, maar dat dekt slechts 35% van de totale markt. Alle iGaming-activiteiten vallen nog buiten de regulering en worden offshore aangeboden. Een vergelijkbaar probleem als in Nederland, zij het in een andere fase.
Op de Africa Summit tijdens iGB L!VE stelde H2-analist Ed Birkin een ongemakkelijke vraag aan de industrie: als aanbieders in bepaalde markten hoge belastingen stilzwijgend accepteren of omzeilen, hoe geloofwaardig is dan hun verzet tegen belastingverhogingen elders? Het raakt aan een fundamentele inconsistentie in hoe de sector met beleid omgaat.
Voor Nederland is de conclusie vooralsnog helder. Hogere belastingen hebben de markt verder onder druk gezet zonder de beloofde opbrengsten te leveren. Spelers merken dat via een krapper legaal aanbod, terwijl de buitenlandse alternatieven gewoon blijven bestaan. Of Den Haag de rekening nu gaat herzien, valt nog te bezien.
